Zelfsturing als ideaal

De door sommigen verwachte transformatie waarin wij als mensen evolueren naar een liefhebbende, niet door machtsbeluste autocraten geleide wereld is een hersenschim. Het getuigt van grote naïviteit en gebrek aan historisch inzicht. Kijk naar de landen zowel in als buiten Europa, let op de grote wereldmachten en zie hoe autocratische vormen van leidinggeven daar steeds meer regel dan uitzondering zijn. Het lijkt wel alsof democratie zijn langste tijd heeft gehad en, begrijp me nu niet verkeerd, we zo langzamerhand wel aan een nieuwe versie toe zijn.

De geschiedenis leert ons dat elke revolutie een nieuwe heersende elite voortbrengt die haar kinderen offert tijdens de realisatie van haar idealen. Volledige zelfsturing en rechtvaardigheid zijn mythes, omdat er altijd wel weer mensen opstaan die meer macht verwerven dan anderen. Dat moeten we onder ogen durven te zien wanneer we streven naar het ideaal van zelfsturing.

Als we goede organisaties willen bouwen dan moeten wij aandacht schenken aan zowel het goede als het kwade in de mens. Want hoe onprettig het ook voelt, ieder van ons is in staat tot gruwelijke daden wanneer de omstandigheden daar de gelegenheid toe geven. ‘Het kwade in ons’ is een onaangename gedachte. Het is de reden waarom we wetten nodig hebben. Wie alleen maar uit gaat van het goede in de mens geeft de psychopaten vrij baan. Gaan we daarentegen enkel van het slechte uit dan vervreemden we van elkaar.

Diep in de hersenen zit de amygdala, het centrum van onze angst en woede dat net iets eerder reageert dan de rede die achter je voorhoofd zetelt. Het beest is eerder wakker dan de heilige. Vervelend maar waar, zo zit het nu eenmaal in elkaar. Kwaad moet een voordeel hebben gehad omdat het anders nooit de honderdduizenden jaren evolutie had overleefd. Angst, boosheid en zelfs blinde woede hebben zo hun nut wanneer iemand ons bedreigt. Maar pas op want je speelt met vuur wanneer deze de overhand krijgen.

(c) Canstockphoto, FotoVika

Toch er is hoop: wij kunnen bewust denken. Wij kunnen plannen maken en besluiten niet toe te geven aan onze instincten. Als geen andere soort zijn wij in staat zowel onze omgeving als onze emoties te beïnvloeden. Die beheersing vereist oefening. Dat oefenen vindt altijd plaats wanneer we met anderen in teamverband samenwerken. Daarom is zelfsturing een middel om het beest in ons te temmen. Een middel wat beter werkt dan de autocratie van de manager. Ik zal daar in volgende blog meer over schrijven.

Het streven naar zelfsturing brengt een betere wereld voort. Hoe? Stap voor stap, door kleine experimenten in onze afdelingen. Het team is als de kring rondom het kampvuur waar iedereen op een gelijkwaardige fysieke plaats zijn zegje kan doen. Door begrip te tonen voor een collega wiens kwade kant de overhand krijgt en hem er op aanspreken wanneer dit anderen schaadt. Sociale controle is lang zo slecht nog niet. Door met iemand te praten, in plaats van over, ontstaat er een omgeving waarin mensen echt emotioneel volwassen worden. Geen simpele weg, maar wel te doen. Op die manier maakt het team af wat de ouders in het gezin en de school gedurende de pubertijd begonnen waren. Je hebt een samenleving nodig om van kinderen wijze mensen te maken.

Een wereld zonder managers

Of je nu naar een film of serie kijkt, bij het koffieapparaat of tijdens de borrel een gesprek over managers beluistert, zelden hoor je een positief verhaal over deze beroepsgroep. Veel werknemers zijn ontevreden en smachten naar een organisatie zonder managers. ‘Ondanks het management zijn we er in geslaagd er toch nog iets van te maken.’, hoorde ik onlangs iemand zeggen. Het volk op de vloer, waar de producten gemaakt en de diensten geleverd worden, beleeft vaak weinig vreugde aan de handelingen van ‘het management’. Is zelfsturing de oplossing?

De kleilaag

Ook de leiding aan de top van een organisatie heeft zo zijn zorgen over de verschillende managementlagen die in de loop der jaren zijn ontstaan en tussen hen en de mensen het feitelijke werk doen in staan. Men spreekt niet voor niets over de kleilaag in een organisatie. Besluiten van de top bereiken zelden ongeschonden de werkvloer. Reorganisatie na reorganisatie levert slechts een beperkt en tegenvallend resultaat op. Het creëren van een goed managementapparaat lijkt een onmogelijke opgave.

De goeroes van de zelfsturing

Het is dan ook niet vreemd dat er een markt voor ‘zelfsturingsgoeroes’ is ontstaan. Zij beloven ons het paradijs wanneer we het management afschaffen. Voor de top is er de belofte van bezuiniging, voor de bodem autonomie. Ook voorspellen deze goeroes een nieuw tijdperk en afhankelijk van de school waartoe zij behoren is dat van Aquarius of de evolutionaire-cyane organisatie. Het denken in kleuren is populair en belooft dat we in een dynamische spiraal naar een betere wereld transformeren. Om de markt in stand te houden bevestigen de meeste goeroes elkaar hierin. Ik heb hier moeite mee.

Neemt niet weg dat een wereld zonder managers mooi zou zijn. Een waarin mensen hun eigen doelen bepalen. Waar collega’s in vrede en liefde met elkaar samenwerken en het gezamenlijke doel boven het individuele plaatsen. Wat een mooie droom, maar zoals we weten zijn dromen vaak bedrog. Er komt geen revolutie, hoogstens een langzame transformatie waarover onze nakomelingen later in de geschiedenisboekjes zullen lezen. Maar voor ons is het een beetje aanmodderen.

Het optimisme

In tegenstelling tot veel mensen die hierover schrijven, deel ik het optimisme niet. Eerlijk gezegd gaan bij mij de alarmbellen rinkelen. Het is niet logisch wat zij voorspiegelen. Revoluties of paradigmaverschuivingen verlopen over het algemeen uiterst grillig, onzorgvuldig en pijnlijk voor de betrokkenen. Kijk maar naar de klimaatdiscussie en de agressieve uitingen van sommige boeren. Dat we nu op het gebied van organiseren en managen geschiedenis schrijven, daar ben ik van overtuigd. Dat het snel en zonder brokken tot dat ideale resultaat zal leiden veel minder. Er moet nog het nodige gebeuren wil dat een feit worden.

Betekent dit nu dat we zelfsturing moeten vergeten? Nee, natuurlijk niet, integendeel! Ik kan me geen manager voorstellen die geen zelfsturend team wil hebben. Stel je voor hoe relaxt het leven dan is. Mensen die hun eigen werk indelen, hun eigen problemen en conflicten oplossen. Het Walhalla voor de manager. Maar ook voor de leden van het team zelf werkt het bevrijdend omdat ze autonoom hun werk kunnen bepalen. Zelfsturing is het hoogste ideaal dat je als team kunt bereiken. Maar dat er dan geen managers meer nodig zijn, vergeet het maar.

Zelfsturing als ideaal

Zelfsturing is iets waar we naar moeten streven. Een horizon, die we waarschijnlijk nooit zullen bereiken, maar in dat streven, bij elke stap die we zetten, maken we onze teams, afdelingen en organisaties een stukje beter in het reageren op verandering. Dat is de waarde die ik zie in zelfsturende teams met nog steeds een manager, maar dan wel een die zijn macht gebruikt om het team te laten excelleren.

Arrogante #agile mini-bloggers

Het format van de blog is simpel: een lokkende titel, een verhaaltje, de vraag of jij dat ook vindt en dan de melding dat als je vind, dat je dan helemaal niets van scrum hebt begrepen.

We hebben dan te maken met een hardcore agilist die zo overtuigt van zichzelf is en denkt dat er maar een juiste interpretatie van de scrum-guide kan zijn en dat is de zijne. Ik weet niet hoe het komt maar er is altijd wel een groep professionals die meent dat de waarheid slechts één interpretatie heeft. Echter als dit zo zou zijn dan levert dat nogal wat problemen op die de vermeende agile transformatie onmogelijk maken.

Immers wanneer er slechts een uitleg is, wie bepaalt welke de juiste is. Jeff Sutherland of Dean Leffingwell, of een van de anderen die het Agile Manifest hebben geschreven. Beide heren zijn al op leeftijd en hebben niet de tijd van leven om het aan ons allen uit te leggen. Hun discipelen kunnen niet meer dan tweedehands kennis overbrengen. Gezien de velen raamwerken die er inmiddels zijn ontstaan is het inmiddels wel duidelijk dat er geen waarheid te vinden is in Agile. De arrogante alleswetende hardcore agilist is iemand die niet meer in contact met de agile ontwikkelingen van dit moment staat.

Ik heb verkozen om niet te weten, om een agnost te zijn op het gebied van agile. Wanneer ik mijn overtuigingen tot een minimum weet te beperken dan sta ik open voor elke verandering. Op die manier ben ik wendbaar.

Ik heb natuurlijk wel een aantal overtuigingen, zo hecht ik meer waarde aan mensen en hun interactie dan aan felle debatten over de waarheid. Daarnaast vind ik werkende resultaten een belangrijker bewijs van voortgang dan gefingeerde rapportages. Ik werk liever samen dan dat ik onderhandel en is een plan altijd ondergeschikt aan de realiteit.