Gemeenschapszin in tijden van sociale distantie

handen met hartjes
Gemeenschapszin is een van de drijfveren die mensen hebben. Nu in deze crisis zal je veel voorbeelden daarvan zien. Want alleen samen overleven we.

Dit is de eerste van drie blogs over de motieven die mensen hebben wanneer ze doen wat ze doen. Hier hoort ook een video bij, je kunt deze bekijken op mijn Youtube-kanaal. Deze drie motieven of drijfveren zijn: gemeenschapszin, levensvaardigheid en voorspelbaarheid. Als je deze begrijpt dan ben je ook beter in staat om het gedrag van mensen, helemaal tijdens deze Corona-crisis, te doorgronden. Deze blog gaat over gemeenschapszin.

Evolutie

De menselijke soort heeft zich in vele honderdduizenden jaren ontwikkeld. Die lichamelijke en psychologische eigenschappen die een voordeel gaven in de strijd om te overleven maken nu ook nog deel uit van wie we zijn. Als we dus willen begrijpen waarom mensen bepaalde dingen doen, dan is het handig om te kijken naar het voordeel dat het gedrag eens had. Je moet dan een beetje terug in de tijd gaan. Omdat evolutie een langzaam proces is, is het waarschijnlijk dat onze meeste eigenschappen passen bij de jager-verzamelaar die wij tien- tot twintigduizend jaar geleden waren. Dit brengt ons bij ‘gemeenschapszin’ de eerste van de drie motieven.

Wat zijn we zwak

Als het alleen van onze fysieke kwaliteiten af zou hangen dan is het een wonder dat we überhaupt nog bestaan. De naakte mens moet het voortdurend koud hebben gehad. Een leeuw is sterker en sneller dan wij. We maken geen schijn van kans, niet tegen wilde dieren en ook niet tegen barre weersomstandigheden. Hoe hebben we het dan toch overleefd? Heel simpel, door samen te werken, door de gemeenschap op te zoeken! We hebben hersenfuncties ontwikkeld die ons stimuleren anderen op te zoeken om daar mee samen te werken.

Van daaruit kun je begrijpen waarom het aanvankelijk zo moeilijk was om aan sociale distantie te doen. Het is juist die drijfveer om ‘elkaar tijdens crisis op te zoeken’ voor steun. Dat er jongeren waren die ‘fuck-off Corona party’s’ organiseren is helemaal niet asociaal, het is juist heel sociaal. Alleen gezien de ernst van dit virus niet erg handig vanwege de gevaren die het oplevert.

Een ander verschijnsel is de massale uitingen van steun aan onze nieuwe helden in de zorg. Maar waar waren wij toen jaar in jaar uit op hen bezuinigd werd? Nergens! Dat kwam omdat het in Nederland zo goed geregeld is dat de meeste van ons, tot voor kort, heel goed voor zichzelf konden zorgen. Door onze individualistische levensstijl was de gemeenschapszin een beetje naar de achtergrond gedreven. Maar nu kan dat niet meer, nu hebben we de zorg nodig om te overleven. Dat is gemeenschapszin. Wat dit voorspelt over wat we van onze helden vinden als de storm straks gaat liggen, laat niet veel te raden over.

Alleen samen komen we eruit

De mens heeft overleefd door samen te werken en dat is dan ook meteen de enige weg die we nu in moeten slaan. Dat betekent dat we ons opbouwend achter die mensen moeten scharen die nu leiding geven aan deze crisis. Onze oude, sterk individualistische, uitingen vanaf de zijlijn zijn nu niet meer effectief. Je moet jezelf nu steeds de volgende vraag stellen: “Wat kan ik bijdragen aan een oplossing van deze crisis?” Ook als je, zoals de meesten van ons, geen vitaal beroep heb, is er vast wel iets te vinden waarin je een positieve bijdrage kan leveren aan de gemeenschap. Vanuit de heup geschoten commentaar hoort daar niet bij. Voor mij is die bijdrage onder meer jou te bemoedigen met deze blogs en de video’s die ik maak. Wat is het voor jou?

De volgende blog gaat over het tweede motief dat mensen hebben. Dat is levensvaardigheid.

Oké, het valt dus toch tegen

Man bedolven onder stenen.
Nu het optimistische scenario niet uitkomt, moeten we onze verwachtingen bijstellen. Wat gaan wij nu als Nederlandse bevolking doen? Boos op de overheid worden? Lijkt me niet handig. Kiezen op elkaar.

Ergens in de holen van het internet voert een nieuwssite Eduard Bomhoff op en ontlokt hem de volgende uitspraak: “We kunnen deze oorlog snel winnen, maar niet met het RIVM.” Er volgt een verhandeling over de aannames en onzekerheden in de door hen gebruikte wiskundige modellen, verder een aantal verwijzingen naar auteurs zonder deze verder uit te werken. Uiteindelijk een paar aanbevelingen waaruit duidelijk blijkt dat de auteur niet goed op de hoogte is van wat er in ons land gebeurt. Met vrij grote zekerheid kunnen we verwachten dat in de komende periode meer van dit soort, niet constructieve, kritiek op de overheid over ons zal worden uitgestort. Dit zijn immers de titels waar men graag op clickt.

Een van de aannames waar men vorige week nog vanuit ging, was dat de gemiddelde opname op een IC bed voor een Corona-patiënt 10 dagen was, inmiddels weet men beter, dat duurt dus 23 dagen. Vergelijk het met dat je met één maandsalaris iets meer dan twee maanden moet doen. Je hoeft geen rekenwonder te zijn om uit te rekenen wat dit betekent. Volgende, zo niet deze week gaat het tegenvallen en niet zo’n beetje ook. Maar niet alleen dat, wat nu nog slechts mondjesmaat in de media komt zijn alle medische behandelingen die vanwege deze crisis worden uitgesteld. Een aantal van deze patiënten zullen hieraan overlijden. Dit gaat dus ook tegenvallen en dat zullen naar alle waarschijnlijkheid sommige media gebruiken om te scoren. Ze verspreiden daarmee een virus dat ons vertrouwen in alle bij deze crisis betrokken organisaties ondermijnt. Dat mijn beste lezers is iets dat wij niet moeten toestaan.

Want het alternatief, de overheid en ons gezondheidszorgsysteem niet meer vertrouwen, leidt onherroepelijk tot een chaos en dat is het laatste dat we kunnen gebruiken. Gelukkig, ik had nooit gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, hebben we een Tweede Kamer met voldoende kritische oppositieleden die de vinger aan de pols houden. Wij hebben hen gekozen om, namens ons, deze hele toestand in de gaten te houden. Het is nu niet de tijd om, naar goed Nederlands gebruik, overal commentaar op te hebben. Beter is om elkaar eendrachtig te steunen met woorden en daden van hoop. Over het algemeen houden de meeste media zich daar aan, de enkele die dat niet doen laten nu hun ware aard zien. Zij geven niets om ons, het is hen enkel om de aandacht te doen. Als je de link van de auteur van het geciteerde artikel volgt dan begrijp je vast wat ik bedoel.

Zet je daarom schrap voor wat nog komen gaat en vertrouw erop dat we hier met zijn allen uit komen. Ons systeem is oneindig beter georganiseerd dan in Zuid-Europa. Natuurlijk zullen we fouten maken, maar daar leren we alleen maar van. Ik denk dat ik het al eerder heb gezegd, maar met de crisis komt de ook de hoop. Beide gaan hand in hand.

Ik voelde dat er iets gebroken was

Gebroken raam
We zitten nu twee weken in de Corona crisis. Hoe wel het went het voelt heel anders, alsof er iets gebroken is.

Vanochtend werd ik wakker en voelde dat er iets gebroken was. Ik weet niet precies wat dan, maar stuk dat is het zeker. Ik voel me moe en kwiek; hoopvol zonder hoop; moedeloos vol moed; blij verdrietig; onschuldig veroordeeld; plus en min; wit en zwart; alleen met velen; verzorgd verlaten; yin en yang; gelovig non-theïst; links en rechts; opgewekt depressief; druk werkeloos; ziende blind; gepensioneerde jongeling; volwassen kind. Terwijl we pas aan het begin van een kronkelig pad staan, voel ik me iemand die niet weet wat hij voelen moet.

Niets van wat ik meemaakte, van wat ik zag en ooit gelezen heb, heeft mij voorbereid op dit. Altijd dacht ik, dat gaat aan mij voorbij, dat hoort bij andere landen. Ik ben onkwetsbaar en lach ze allemaal uit. Elke crisis is een kans zolang je weet waar die verborgen ligt. Dat dacht ik, maar nu lijkt alles zoek en is de routeplanner uitgevallen. Van alles wat ik denk, is er geen een gedachte die het antwoord heeft. De kaarten zijn verouderd, mijn intuïtie ontoereikend. Is dit het einde of slechts een begin?

Als dan de zon op komt, de vogels fluiten en de slaap oplost, realiseer ik me, dat ik zoeven de Onzekerheid ontmoette. De god die deze tijd zal domineren, die vijfenzeventig jaar geleden door Hoop en Onoverwinnelijkheid gevangen was gezet. Maar die nu, zoals het lijkt, haar ketens heeft verbroken. Ontzagwekkend is haar aanblik, een diepe bodemloze punt, een allesverslindende orkaan, onovertroffen in haar vermogen om de sterkste hoop te doen verdwijnen.

Daar sta ik op een tweesprong, ben ik een toeschouwer of speler? Zal ik bezwijken of blijven staan? Toen herinnerde ik me, dat leven zowel lijden als illusie is; dat wat je denkt is wat je ziet en dat je vogels niet verhinderen kunt over je heen te vliegen, maar wel dat er één een nest op je hoofd probeert te bouwen. Ik heb dat wat de dieren niet hebben, ik heb een keus! Dat wat ik gebroken dacht, is ‘vroeger’ en ‘vroeger’ is voorbij. Dat wat moet komen, is altijd al de onzekerheid geweest. Het is me duidelijk, heel duidelijk ineens, er is helemaal niets veranderd, het is gewoon een nieuwe dag.