Waarom grote #agile transities vaak mislukken

Haroon Sheikh legt in ‘Embedding Technopolis’ de sterke rol van de traditie (cultuur) uit en hoe bepalend deze is voor de mate waarin een samenleving in staat de moderniteit tot haar voordeel te benutten. Traditie versterkt of vertraagt het succes van een samenleving. In ‘Organizational Culture and leadership’ laat Edgar Schein ons het effect zien van de geschiedenis van een organisatie op haar cultuur. Je kunt geen cultuur veranderen als je niet eerst de historie begrijpt. De weg die een organisatie van het verleden heeft afgelegd om in het heden te komen, speelt nog steeds een grote rol. Laat ik het nog sterker zeggen, als je de geschiedenis niet mee hebt, dan kan je het wel vergeten. Machiavelli geeft de machthebbers van zijn tijd de wijsheid dat sommige volken zo verrot zijn dat er niets mee te beginnen valt.

Twee jaar geleden vroeg ik iemand die nauw betrokken was bij de big-bang-naar-agile transitie van een grote bank hoever ze nu waren sinds ze zes jaar daarvoor helemaal Agile waren gegaan. Hij antwoordde: “Aan het begin.” De big-bang was kennelijk niet zo eenvoudig als dat een aantal managementromans over Agile ons doen geloven. Wat jammer is, want ik vind de Agile Mindset zoveel beter als de ‘traditionele’ manier. Positief aan deze constatering is, dat kennelijk het ‘stap-voor-stap’ adagium, of kaizen zo je wilt, kennelijk onvermijdelijk is. Cultuur is als een moeras met een bodem, je wordt er weliswaar niet in weggezogen, maar eruit kom je ook niet zo simpel.

Het heeft geen zin om een raamwerk te implementeren als je niet eerst kijkt hoe het vroeger met methoden om ging. Ik vermoed die organisaties die heel strak leunden op PRINCE2 en MSP, niet eenvoudig deze transitie zullen maken, de kans is groot dat ze met SAFe de bestaande cultuur in standhouden en eigenlijk nooit echt Agile zullen worden. Of er nu wel of niet een topmanagementbeslissing wordt genomen, in elke transitie blijft de historie een onuitwisbare invloed uitoefenen. De kans is zeer wel aanwezig dat de cultuur het gewoon onmogelijk maakt om over te gaan naar Agile. Toen ik op deze argumentatie kwam, ben ik gaan nadenken over wat in de cultuur van een organisatie aanwezig moet zijn wil Agile een verbetering voor hun zijn. Dat is waar ik het in de volgende blogs over ga hebben. Ik zal het Agile Manifesto en de principes gebruiken om uitgangspunten te formuleren, die aangeven of een organisatie READY is.

Over 20 jaar zijn er geen bazen meer – wat een onzin

Een tijdje geleden las ik een bericht dat over 20 jaar niemand meer een baas heeft.

Wat is internet toch een verzamelplaats van grenzeloze onzin. Wat een onvoorstelbaar gebrek aan historisch besef heeft de auteur van het artikel. Zolang mensen in groepen samenleven is er een groep mensen geweest met meer macht dan de grote massa. Die mensen zijn ons de baas en bepalen wat wij, de minder belangrijke leden van de menselijke soort, moeten doen.

Het warme bad van zelfsturing, de bevrijding van de door proces gedreven managers, moet je niet verwarren met het begin van een revolutie die alle bazen afschaft. In tegendeel, uiteindelijk zitten we met een nieuwe elite die ons de les leest. Zo is het altijd gegaan en zo zal het altijd gaan. Iedere verandering levert ons weer nieuwe machthebbers op. Van de managementkaste zal het genre spreadsheetschuivers waarschijnlijk verdwijnen en dat is maar goed ook, maar voor hen zal weer een nieuwe generatie bazen opstaan.

Misschien werk je in een teal organisatie, maar ook daar zijn na verloop van tijd machthebbers alleen wat meer verborgen. De boeken over de SEMCO stijl zijn vermakelijk om te lezen, maar de goede man heeft heel veel geluk gehad. Het zou me niet verbazen dat hij nu een groot deel van zijn inkomen uit lezingen verwerft. Maar goed dat is slechts een vermoeden. Terug naar het onderwerp.

Ik denk dat er over 20 jaar nog steeds bazen zijn, misschien hebben ze een andere naam. Maar verlichte despoten kunnen heel goed dienende leiders zijn.

Hoe klantgerichtheid de samenleving heeft verziekt

Ik kan mij nog goed herinneren dat wij ons zijn gaan richten op de klant. Kwaliteit werd dat wat de klant verwacht. Immers als we ons volledig op de klant zouden richten dan zouden zij massaal onze producten en diensten gaan afnemen. Niets mis mee zou je zo zeggen. Ik herinner met nog uit mijn NCR tijd een video met de titel “The customer is always Dwight“, met de boodschap dat ik de volgende collega in de waardestroom als een klant moest zien.

Toen ik een project deed bij de sociale dienst in Vlaardingen viel mij op dat ze daar ‘uitkeringstrekkers’ (want zo noemden we mensen in de bijstand) ‘cliënten’ noemden. Toen leek me dat een veel vriendelijkere benaming voor mensen die in ongelukkige omstandigheden terecht gekomen waren. In terugblik, zo kijk ik er nu naar, is dat een grote misvatting geweest. Wat met het beschouwen van de burger als een klant erf je ongezien ook alles wat bij het commerciële klantbegrip hoort.

Van commerciële bedrijven is bekend en geaccepteerd dat zij alles zullen doen om zowel klanten te werven als te behouden. Het eerste doen ze door mooie praatjes en het tweede door goede producten te leveren en service te verlenen wanneer die producten minder goed dan beloofd blijken te zijn. Zolang de organisaties commercieel zijn en geen monopolie hebben is daar niets mis mee, want klanten kunnen altijd nog weglopen. Anders wordt het wanneer een, of beiden ontbreken.

Door de professionele dienstverlening van commerciële bedrijven zijn klanten (burgers) dat ook gaan verwachten van alles wat door de overheid werd geleverd. De onzalige gedachte bij politici dat de markt wel eens hun onvermogen zou oplossen, samen met de klantgerichtheid heeft ervoor gezorgd dat nu ook de burger denkt dat z/hij klant is van de overheid, nutsbedrijven en zorgverlenende instanties. De klant is koning en daar moet naar geluisterd worden.

Echter we hebben maar één overheid, één zorgstelsel, ook voor het openbaar vervoer zijn er maar weinig alternatieven. Tot overmaat van ramp hebben we ook maar een politiek en één publiek omroepstelsel. Al die instituties, die eigenlijk tot algemeen nut zouden moeten zijn, die behandelen ons als klanten. En wij, wij zijn ons gaan gedragen als klanten. Aan onze wensen moet worden voldaan en omdat we niet van land kunnen verwisselen klagen we, eisen we, stampen we met onze voeten. Trekken we gele hesjes aan. We zijn geen klanten maar verwende kinderen.

  • We eisen van de overheid bescherming tegen terroristen.
  • We eisen het behoud van ons pensioen.
  • We eisen de afschaffing van zwarte piet.
  • We eisen de afschaffing van de euro en een nexit.
  • Het woordje ‘het’ is zo moeilijk voor nieuwkomers dat het moet verdwijnen
  • We eisen vrouwen in de top van onze organisaties.
  • We eisen compensatie voor geleden schade.

We stampen met onze voeten omdat we klanten in plaats van burgers zijn. Omdat de klantgedachte onvoorwaardelijke dienstbaarheid vereist. Maar dat, beste burger, is grote onzin. U bent geen klant, u bent burger en in tegenstelling tot een commerciële klant zijn uw plichten meer dan het betalen van de verkoopprijs ‘belasting’ voor het wonen in dit land.

Uw plichten zijn ‘wat minder z€1ken’ en wat meer van waarde zijn voor de samenleving, de door ons democratische systeem aangestelde bestuurder te steunen in het uitvoeren van hun verantwoordelijkheden. Een aantal keren in de vier jaar kunt u ze, wanneer zij dit niet goed hebben gedaan, naar huis sturen. Maar in de tussentijd laat u hen hun werk doen. Denk niet dat democratie hetzelfde is als ‘de meeste stemmen’ gelden, dat is een grove misvatting. Democratie is, dat naar we naar de meeste stemmen luisteren en dan onze bestuurders een zorgvuldige afweging laten maken, maar daar houdt het mee op.

U bent een burger van uw land en niet een klant.