Als er nu geen zelfsturing is, wat dan?

Zelfsturing is wenselijk om verschillende redenen. De huidige samenleving, economische situatie, thuiswerken en internationalisering maakt dat het traditionele patroon van de manager die bepaalt en verdeelt te beperkt is. Nu is het niet zo dat we de hiërarchie met het badwater weg moeten gooien, maar enige innovatie is zeer gewenst.

De afgelopen decennia is zelfsturing met verdeeld succes toegepast in onze organisaties. Verdeeld succes, want de werkelijkheid bleek veel taaier dan in de populaire boekjes beschreven staat. Een belangrijke reden is, naar mijn overtuiging, dat de moderne mens nog onvoldoende is toegerust om in een team van gelijken zonder leidinggevende optimaal te functioneren. Niet elk team is immers een veilige omgeving. Wij slepen allemaal onze eigen psychische bagage mee. Sommigen gaan daar beter mee om dan anderen. Dat maakt die ander niet minder, enkel anders.

Vaak leg ik mijn oor te luisteren bij mensen werkzaam in het veld. Ik hoor hun worsteling met enerzijds management dat vasthoudt aan de oude routines en anderzijds de teamleden die aansturing willen hebben of liever individueel werken. De digitale thuiswerkomgeving versterkt dit. Dat terwijl juist nu zelfsturing en de daarvoor randvoorwaardelijke samenwerking binnen het team noodzakelijk is.

Dit vraagt leiderschap op elk niveau. Of dit nu een manager, release train engineer, productowner of teamlid is, onder hen moeten we een leiderschapsbeweging ontwikkelen. Verandering wordt van onderaf of van bovenaf geïnitieerd. Zelfsturing vraagt een cultuurverandering waarvoor een lange adem nodig is. Omdat de mensen aan de top vaak snel resultaat moeten behalen, verdwijnt de aandacht zodra de executive sponsor van positie wisselt. Veel geld en inspanning is dan verspild en, alle goede intenties ten spijt, sterven de meeste een stille dood. Waarna de organisatie weer terugveert naar haar oude gedrag.

Hoe verander je de cultuur zodat de wenselijke zelfsturing beklijft? Dat doe je door de transitie vanaf het begin van onderaf te bestendigen. Het is wenselijk dat senior management de leiding neemt, maar dat is niet nodig. Een informeel netwerk van (informele) leiders kan een verschil maken wanneer zij met elkaar een bondje sluiten om binnen de bestaande hiërarchie zelfsturing te ontwikkelen. Omdat zelfsturing bijdraagt aan alle drie de basisbehoeften die mensen hebben (autonomie, betrokkenheid en competentie) is de kans groot dat deze zich binnen de hiërarchie duurzaam kan ontwikkelen.

Ik schijf deze blog om twee redenen. De eerste reden is dat ik deze gedachte met je wil delen. De tweede is omdat ik binnenkort (op 12 april van 20:00-21:30) een workshop over dit onderwerp geef. Tijdens die workshop gaan we met dit thema aan de gang. Maar dat is niet alles, ik ben op zoek naar een team van denkers die in drie daarop volgende workshops samen met mij een whitepaper over dit onderwerp schrijven. Als jij hierin geïnteresseerd bent, of gewoon mee wil doen met de workshop, schrijf je dan in op deze webpagina.

Verwacht niet te veel van een leider

In onzekere tijden zoeken mensen een sterke leider. Gaat het goed dan verwachten ze met rust te worden gelaten. Omdat het voor het merendeel van ons de afgelopen decennia goed gegaan is, zijn we vergeten dat de invloed van een leider zeer beperkt is. We hadden ze immers niet nodig en dopten onze eigen boontjes. Dat is ons nu aan het opbreken. De pandemieën uit het verleden leren ons dat we aan de vooravond staan van een lange periode met sociale onrust. Niet weinigen zullen hun baan of onderneming verliezen. Met harde hand zullen de kaarten opnieuw worden geschud. Ook zal bestaande ongelijkheid toenemen. Dit is wat pandemieën doen. Wees maar blij dat je in Nederland woont, want  het kan allemaal een flink stuk erger.

Hoe lang het duren zal voordat er een leefbaar nieuw normaal ontstaat kunnen we alleen maar raden. Het is te hopen niet al te lang. Wij hunkeren allemaal naar een stukje stabiliteit en kijken naar de leiders van ons land. De meest in het oog lopend zijn natuurlijk Rutte, De Jonge en Grapperhaus. Ik vergeet natuurlijk nog een aantal bewindspersonen aan de zijlinie. Maar van de drie genoemde verwachten we toch oplossingen, als iemand de troepen aanvoert dan zijn zij dat toch wel. Toch zijn zij in zowel de ‘echte’ als de (a)sociale media het mikpunt van kritiek. Politici in de Tweede Kamer doen daar, uit profileringsdrang, vele extra duiten in het zakje. Daarnaast is er een kleine groep die met allerlei al dan niet goed bedoelde commentaren toch regelmatig zand in de motor strooit. Ik hoef alleen maar het theater rond de avondklok in de herinnering te roepen en dat weet je wel wat ik bedoel.

Hoewel het merendeel van de bevolking het beleid steunt, zien we dat het vertrouwen tanende is. Dat is natuurlijk begrijpelijk, immers het duurt al een heel jaar. Nog steeds is er geen stip aan de horizon. Het is dan ook best wel begrijpelijk dat we de verantwoordelijken daarvoor tot schuldigen te maken. Toch vind ik dat onterecht, want wanneer je dat doet, verwacht je veel te veel van een leider. Het succes van leiderschap is voor het overgrote deel afhankelijk van de volgelingen en voor een heel klein deel van de leider zelf. Het zijn de volgelingen die de leider maken.

Het is al vaker gezegd, niet de maatregelen maar ons gedrag zullen ons uiteindelijk uit deze crisis brengen. Verwacht niet dat Hugo de Jonge met een toverstaf zwaait en dat de GGD haar zaken op orde heeft. Wanneer dan ook de hele wereld om vaccins zit te springen kan je niet verwachten dat alles vanzelf op rolletjes loopt. Kijk om je heen, alle landen in Europa worstelen met deze crisis. Dit is wat een pandemie doet, ontwrichten. Wanneer je dat kunt accepteren dan ben je al een heel eind. Het virus gaat voorlopig nog niet weg en deze zomer gaan we nog lang niet terug naar normaal. De snelste manier is om ons gedrag aan te passen maar dan ook echt aan te passen.

Leiderschap wordt sterk overschat. ‘Falend leiderschap’ is een zwak excuus voor onze eigen falende sociale controle. Een halve eeuw individualisme heeft ervoor gezorgd dat we elkaar niet meer aanspreken op laakbaar gedrag. De jongeren die een feestje vierden in het Vondelpark hebben toch ouders? Hebben zij hun kind hierop aangesproken? Wat doe je wanneer iemand uit protest gaat ‘koffiedrinken’, spreek jij hem of haar aan op dit gedrag? Je kunt niet alles van de overheid verwachten. Dat is een van de redenen van waarom het langzamer gaat dan we zouden willen.

Toen ik las dat een aantal prominenten zich hebben teruggetrokken uit ‘Herstel NL’, kennelijk omdat zij hier in hun netwerk op aangesproken werden, kreeg ik weer hoop. Want dat is de weg tot herstel geen overheids- maar sociale controle. Overigens las ik ook dat sommige winkels hun deuren binnenkort toch weer open gooien. Ik begrijp uw wanhoop, maar ik zeg u, als u dit doet, dan bent u mij kwijt als klant, voorgoed.

De rek is eruit

Ik heb het er even mee gehad’, zei iemand die mij na aan het hart ligt. Het is deze zin die het merendeel van de Nederlandse bevolking verbindt. We zijn het zat! De kapper, het restaurant, de artiest en ga zo maar door. Het is dan ook niet vreemd dat de ene na de andere lobbygroep het woord verspreidt dat het over is. Daarnaast horen we doorlopende persoonlijke aanvallen op Rutte, de Jong en van Dissel. ‘ Intellectuele’ ouderen die zeggen: ‘Laat mij maar sterven als het er op aan komt’. Jongeren die op hun tandvlees lopen (niet allemaal getuige een uitbundig feest in het Vondelpark). We voelen het allemaal de rek is er helemaal uit!

We zitten in een uiterst kritische fase van de pandemie. Maar ook wat betreft de toekomst voor onszelf en voor onze kinderen. Want hoewel we snakken naar vrijheid, hebben we te maken met een virus dat niet de tegenwoordigheid van geest bezit om zich met onze beslommeringen bezig te houden. De loop van ons leven is één groot casino geworden. Alles terug te brengen op kansverdelingen, verbeeld door de ogenschijnlijk simpele grafieken van Van Dissel. Maar met een onderliggende uiterst complexe dynamiek.

Ons ongetrainde brein is niet toegerust om dit intuïtief te vatten. Want, als de genomen maatregelen werken dan lijkt het mee te vallen. Vergelijk het met code rood voor het wegverkeer, aan het eind van de dag zeggen we dan dat het allemaal wel is meegevallen, nogal wiedes, de maatregelen hebben gewerkt. Dit is de zogenaamde preventieparadox. Als we dan zeggen dat, bij het zien van de oplopende besmettingen, de maatregelen niet werken, dan zien we over het hoofd dat het, zonder die maatregelen, veel erger was geweest.

Daarom blijft de avondklok overeind. Maar wat doen we nu? We laten de maatregelen enigszins vieren om het volk wat ruimte te geven en daarom – zo voorspel ik – gaat het nog langer duren. Ik heb oprecht medelijden met die ondernemers wiens reserves nog langer op de proef gesteld zullen worden. Daarnaast raak ik flink geïrriteerd door al die economen, psychologen, ondernemers en werkgeversorganisaties die de publieke opinie proberen te beïnvloeden en schreeuwen om versoepelingen. Het lijkt een uitzichtloze polonaise van versoepelingen gevolgd door weer nieuwe lockdowns te worden. De zachte heelmeester die gedwongen door haar patiënt een stinkende wond achter zal laten.

Toch zag ik ineens een ander lichtpuntje. Wel eens gehoord van ‘zero covid’? Een idee dat  langzamerhand terrein lijkt te winnen in Europa. Het is vrij simpel en biedt een perspectief. Als straks de verkiezingen achter de rug zijn, is het tijd om ook op die trein te springen. Ik hoop dat een nieuwe regering dat doet. Doen we dat niet, dan voorspel ik dat we ons in een langdurige poel van ellende storten.

Wat is het perspectief van ‘zero covid’? Een lockdown-vrije winter en veilige groene zones in Europa waar je vrij kunt reizen en socialiseren. Maar daarvoor moeten we het volgende doen: snelle vaccinatie en een korte uiterst harde lockdown om de kans dat je een besmet iemand tegenkomt uiterst klein te maken. Daarna veel testen, uitstekend contactonderzoek en verplichte quarantaine. Waarbij ik zelf zo ver zou willen gaan om een debat te voeren over wat we doen met mensen die zich weigeren te vaccineren. Net zo als we dat gedaan hebben met roken in de publieke ruimte. Naast de rookvrije krijgen we dan ook virusvrije zones.

We kunnen natuurlijk ook kiezen voor het gecontroleerd laten uitrazen van het virus. Dit heeft als effect vele tienduizenden zo niet honderdduizenden patiënten met long-covid die de komende decennia een onevenredig beslag op de zorg zullen leggen. Heb je je al afgevraagd wat dat met de economie doet? Daarnaast staan we dan het virus, dat ons steeds opnieuw verrast, toe om te muteren naar een mogelijk minder of juist dodelijker variant. Ik zou hier toch voor het voorzorgsbeginsel willen pleiten.

Misschien betekent ‘zero-covid’ dat we deze zomer niet op vakantie kunnen en dat het nog een half jaar duurt voordat we dit ideaal hebben bereikt. Maar wees nou eerlijk, het idee van een ouderwetse kerst is dat niet aanlokkelijk? Wat te denken van het theaterseizoen 21/22? Zou dat niet mooi zijn? Het kan, maar niet op het pad dat we nu zijn ingeslagen. Handhaaf daarom de avondklok, sluit de scholen, stop de demonstraties, beperk het contact zoveel het kan.