Geloof het niet, het is niet waar

Wanneer je de media volgt dan lijkt het alsof alles fout gaat. Ik lees vandaag op de NOS site dat een vrouw in de bijstand een deel van de gratis boodschappen moet terugbetalen, dat huizen bouwen moeilijk is, de ventilatie van honderden scholen niet op orde is, Nieuw-Zeeland langer in lockdown gaat, de kazerne Zoutkamp vol zit, er een dode bij een vuurgevecht op de luchthaven Kabul is gevallen, het kabinet een verbod op trustkantoren onderzoekt, er (weer) een explosie bij een Poolse supermarkt is, honderden asielkinderen zonder ouders moeten opgroeien en ga zo maar door. Het enige positieve bericht is dat de opbrengst van MBO studenten drie keer zo hoog is dan de kosten van hun studie, maar daarna gaan we verder met een vechtpartij tijdens een voetbalwedstrijd in Nice, ook zal er op de Haringvlietbrug veel hinder zijn. De meeste nieuwsberichten gaan over wat er fout gaat, want goed nieuws is geen nieuws. Dit is een patroon dat al vele tientallen jaren door gaat.

Als je naar het functioneren van de Tweede Kamer kijkt, dan zie je een soortgelijk beeld. Kibbelende kinderen die zaken op de persoon spelen. Het gaat allang niet meer om de inhoud. Als het enige wat je hoort is dat Rutte de oorzaak van zo’n beetje alle problemen is, dat de zorg kapot bezuinigd is, dat de Jonge niet begrijpt hoe een pandemie werkt, dat Kaag meer in een vliegtuig zit dan op haar ministerie, dan ga je dat op een gegeven moment nog geloven ook. Wanneer er weer een persconferentie is, waar klip-en-klaar wordt uitgelegd welke maatregelen genomen worden maar journalisten infantiele vragen stellen, dan ga je inderdaad geloven dat er van de maatregelen niets deugt. Helemaal wanneer de commentatoren al duidend zoveel stof opwerpen dat niemand het meer begrijpt.

De vrije pers is een goede zaak, maar niet op de manier waarop deze nu bedreven wordt. Als we het dan toch hebben over zaken die stuk bezuinigd zijn, laten we het dan eens over de journalistiek hebben. Waarbij ik dan niet alleen op de NOS doel, maar ook op de kranten en de commerciële zenders. In de jacht naar de eerste met een nieuwtje sturen zij geverifieerde paniek veroorzakende berichten in de ether. Als de bedrijven die daar achter staan daar eens wat meer geld in zouden steken. De paniekerige koppen blijven hangen in onze hoofden en zo krijgen we het gevoel dat we in het einde der tijden terecht zijn gekomen. Is het een wonder dat er zoveel onrust lijkt te zijn.

Het tegendeel is waar: ondanks een wereldwijde pandemie doet onze economie het goed, valt het aantal daklozen mee en hebben de meeste armen een dak boven het hoofd en een voedselbank om de hoek. In elke samenleving zijn er onfortuinlijken die ramspoed, zij het sociaal, economisch of fysiek overkomt. Hoe erg dit ook is, het is onvermijdelijk. Nederland pakt dit in vergelijking met andere landen goed op. Kan het beter? Natuurlijk. Maar dat het slecht gaat met ons land, dat moet je niet geloven want dat is absoluut niet waar.

Er tekent zich een gitzwart scenario af

Ik wil een gedachtenexperiment doen. Maar eerst wat feiten op een rij om zo ons uitgangspunt te bepalen. De met veel bravoure opengestelde samenleving mondde uit in een grote teleurstelling. Mede te danken aan het feit dat veel mensen uiteindelijk toch niet bleken te deugen. De evenementenbranche daagt de overheid voor de rechter. Een staatssecretaris verlaat haar post om elders haar carrière voort te zetten. Het CDA, altijd een stabiliserende factor, realiseert in enkele weken dat waar de PvdA decennia over deed. De boeren trekken in grote getalen naar het Malieveld. Boze burgers willen geen windmolens in de tuin en vinden dat de overheid hen in de steek heeft gelaten. Tieners laten zich niet vaccineren omdat de kans dat zij eraan overlijden klein is. De roep om de hoogste ambtenaren verantwoordelijk voor de toeslagenaffaire strafrechtelijk te vervolgen klinkt steeds luider in de samenleving. Zowel de mainstream als de alternatieve media melden ons keer op keer wat er allemaal mis is met ons land. Burgemeesters vragen zich af of de geest weer in de fles te krijgen is, terwijl het virus langzamerhand  alle letters van het Griekse alfabet afloopt. We zijn allang weer vergeten dat er verkiezingen waren en Rutte en Kaag een regeerakkoord aan het schrijven zijn, waar, naar alle waarschijnlijkheid, niemand aan mee wil doen. Ook is het zo dat er al een parlementair onderzoek in de maak is om het functioneren van het UWV en de IND te onderzoeken.  Kortom het volgende kabinet zal geen lang leven beschoren zijn. Dat zijn zo maar een aantal feiten, ik zou daar dan nog aan toe kunnen voegen dat het klimaat op een uiterst ondemocratische wijze aan het veranderen is.

Dan nu het gedachtenexperiment. Stel nu eens dat Rutte, de Jonge, Hoekstra en Kaag ermee stoppen. Zomaar ineens, of misschien opteren ze wel voor een burn-out. Sowieso verbaas ik me er over hoe je als je zoveel ondankbare bagger over je heen krijgt dan nog overeind kunt blijven. Stel nu eens dat we dan nieuwe verkiezingen uitschrijven. Zo ergens na de vijfde, zesde of de zevende golf. Als alle bestaande vaccins dan niet meer werken en we een zes partijen kabinet en ca. 25 splinterpartijtjes in de Tweede kamer hebben. Het aantal long-covid gevallen onder jonge mensen is gestegen tot ongeveer een half miljoen, waarvan ruim twintigduizend onder de 12 jaar en zo’n veertigduizend Covid-doden in de leeftijdsgroep tussen de twintig en de vijfendertig. Naast de festival-, theater- en horecabranche is ook de zorg stilgevallen. De rechtspraak kan het aantal zaken tegen de overheid niet meer aan. Het merendeel van de politiemensen zit thuis met zware burn-outklachten en ook de eerste- en de tweedelijnszorg kampt met ernstige te korten. Niemand ambieert nog een carrière in de zorg, de personeelstekorten aldaar doen die van de leraren verbleken. Klappen voor de zorg klinkt als het oude normaal, nu krijgen de artsen de ene na de andere doodsbedreigingen. Dat wat eens een goed geregeld land was, is totaal ontregeld. De mensen met een huis en wat eigen vermogen zijn in staat om nog wat voor zichzelf en de hunnen te zorgen. Aan de linkerkant schreeuwt men dat de rijken de lasten moeten dragen en aan de rechterkant wijt men het aan de migranten. Dat zou zo maar eens onze toekomst kunnen zijn.

Terwijl het virus rondwaart en de aarde opwarmt, maken wij ons druk over een gemist festival, de vakantie die niet door kan gaan, de jeugd die het zo moeilijk heeft. Het is een doodlopende weg die we zijn ingeslagen. We moeten ons kortzichtig eigenbelang aan de kant zetten, onze hedonistische levensstijl de rug toekeren. Het onaangename accepteren, dus wel die prik in je arm, of een kapje voor je mond, wat minder vlees, minder vliegen, die windmolen je tuin en ga zo maar door. Wat minder op je rechten staan, wat meer voor het gemeenschappelijke belang gaan. Niet langer meer zand in de motor van de samenleving strooien, maar een deel van de oplossing in plaats van het probleem zijn. Dat zou mij in ieder geval gerust stellen.

Is onze leider nog wel te vertrouwen?

Nee, deze blog gaat niet over het vertrouwen in onze minister-president. Dat neemt echter niet weg dat de huidige situatie rondom Rutte wel exemplarisch is voor de leiderschapscrisis waarin ons land, onze overheden en onze organisaties zich bevinden. Want bij veel mensen lijkt het vertrouwen in de leiding, of dit nu bestuurders of managers zijn, zoek te zijn. Dat is een zorgelijke zaak die om een oplossing vraagt. De centrale vraag die ik in dit schrijfsel onderzoeken is of vertrouwen een oorzaak of gevolg is?

Je kent vast de uitdrukking ‘vertrouwen komt te voet en gaat te paard’. We bedoelen dan dat het langer duurt om vertrouwen te winnen dan om het te verliezen. Wat dacht je van ‘vertrouwen is goed, controle is beter’? Het is een lijfspreuk van veel managers. Als je hier wat dieper over nadenkt en dat heb ik gedaan, dan kom je tot de conclusie dat beide uitspraken niet kunnen kloppen. Een samenleving die gebaseerd is op wantrouwen kan niet werken.

Een gedachtenexperiment.

Toen je deze ochtend begon naar werk ging, vertrouwde je erop dat je auto zou starten, de trein zou rijden en je desktop zou werken tijdens de online vergadering. Je vertrouwde er ook op dat (uiteindelijk) iedereen aanwezig zou zijn. Daarnaast vertrouwen we allemaal dat er weer een moment komt dat alle maatregelen worden opgeheven. Dat corona iets was als een slechte droom. Vertrouwen is een menselijke eigenschap.

Alles wat je doet, is gebaseerd op vertrouwen. Want als dat niet zo zou zijn dan was je niet naar je auto gegaan, had je niet de trein genomen en al helemaal je desktop niet gestart. In de meeste gevallen kunnen we de middelen die we gebruiken en de mensen waarmee we samenwerken vertrouwen. Soms gaat het mis, maar meestal niet. Het leven kan niet werken wanneer je niet voor vertrouwen kiest.

Dat geldt ook voor wat we van onze leiders verwachten. Wanneer we van ze eisen dat zij een probleem oplossen, dan doen we dat omdat we erop vertrouwen dat een leider in staat is om een en ander op te lossen. Ook wanneer we zeggen dat we de leider in kwestie niet vertrouwen. Immers hoe kan je van iemand iets eisen dat hij het oplost wanneer je daar geen vertrouwen in hebt? Pas als je onverschillig bent, dan vertrouw je niet meer.

Ik wil hiermee zeggen dat vertrouwen een keuze moet zijn om in eerste instantie het beste van iemand te verwachten. Daarom is het antwoord op de vraag die ik in de titel stel, heel simpel.

Ja, onze leiders zijn we degelijk te vertrouwen!