Het moet van de markt komen

Het moet gezegd worden John Elkington is in ‘Cannibals with forks’ een optimist. Hij beschreef twintig jaar geleden zeven revoluties die over de wereld komen en zonder naar Agile leiderschap te verwijzen (het woord bestond toen immers nog niet) heeft het hoofdstuk over markten mij een nieuw inzicht gegeven waardoor ik de waarde van de ‘onzichtbare hand’ van de markt weer ben gaan inzien. Een keuze voor agile leiderschap leidt onherroepelijk tot een keuze voor het marktmechanisme. Laat ik uitleggen waarom ik dit vind.

Waarom is in agile werken zelfsturing of organisatie zo belangrijk? Het achterliggende idee is dat de oude beveel-en-heers besturing onvoldoende kan reageren op veranderingen in de omgeving. Daarom leggen we de beslissing zo laag mogelijk in de organisatie neer met zo min mogelijk beperkende regels. Op deze manier mobiliseren we de wisdom of crowds, of we laten het over aan de ‘markt’!

Wanneer je dus overtuigd bent dat Agile werken die vorm van werken is om een organisatie zich te laten aanpassen aan snelle verandering dan moet je kiezen voor zelforganisatie van de markt en minimale interventie door de overheid. In die zin moeten we het nu van de markt verwachten en laten we eerlijk zijn, dat is de ontwikkeling die we ook de afgelopen decennia hebben gezien. Niet de overheid, maar de markt zorgt voor oplossingen (overigens ook voor de problemen waarvoor de oplossingen nodig zijn). Hoe zorgen we er nu voor dat de tripple bottom line zegeviert en niet de eenzijdige economische bottom-line? Daar is een rol weggelegd voor de Agile leiders.

Wanneer er voldoende Agile leiders opstaan, dan zal dit een positieve werking hebben op organisaties. Agile leiders die zich hard maken voor een evenwichtige balans tussen economische, omgevingsgezinde en sociale bottom line.

Ook dat is agile leiderschap!

Sociale gerechtigheid onder aan de streep

Agile leiders maken impact op de wendbaarheid van hun organisaties, wat wil zeggen dat organisaties doorlopend waarde kunnen blijven leveren aan hun klanten. Althans dat is tot voor kort mijn definitie geweest van wendbaarheid. Maar terwijl ik ‘Cannibals with forks’ van John Elkington aan het lezen ben, besluit ik dat ik daar de sociale dimensie aan moet toevoegen. Elkington heeft het over sociaal kapitaal en haalt daar de definitie van Francis Fukuyama aan.

Sociaal kapitaal is een vermogen dat ontstaat door het overwicht van vertrouwen in een samenleving of in bepaalde delen daarvan. Het is een maat voor het vermogen van mensen om samen te werken voor gemeenschappelijke doeleinden in groepen en organisaties.

Wat is dit eigenlijk een prachtige omschrijving van wat Agile leiders zouden moeten bewerkstelligen, een overwicht van vertrouwen in onze organisaties. Zowel vanuit het management naar de medewerkers als omgekeerd. De agile leider als bruggenbouwer tussen management en de medewerkers. Dat kan alleen wanneer zij kunnen pendelen tussen beide werelden.

Ik vind dat er groot misverstand is over leiderschap, de boekjes zeggen dat het leiderschap in de top van onze organisaties ligt. Het Angelsaksische model van de CEO aan de top die het allemaal wel even zal fixen. Wat is dat toch een verouderd wereldbeeld en hoe onjuist. De impact die een CEO kan maken is, naarmate de organisatie groter wordt, minimaal. De voornaamste competentie van een CEO is dat deze de mensen ‘onder’ zich tot een team weet te smeden, waarbij ik ook nog grote vraagtekens zet of dit echt mogelijk is.

Ook het idee dat z/hij de cultuur van een organisatie moet neerzetten, is een grenzeloze misvatting van wat cultuur is. Cultuur is het product van het verleden, alleen wanneer een CEO lang aan de top is, heeft z/hij daar een impact op. De meeste CEO’s zitten zo kort bij een organisatie dat ze de cultuur eerder verzieken dan verbeteren.

De echte hoop voor wendbaarheid ligt in het middenkader en dat is de plaats waar de eigenlijke Agile leiders moeten opstaan. De CEO kan een keuze maken om agile te gaan werken, maar moet het daarna overlaten aan de middenlaag. Die hebben tot taak om het vertrouwen te herstellen en de kloof te overbruggen. Wanneer het vertrouwen terug is dan zal het sociaal kapitaal binnen de organisatie groeien en daarmee het vermogen om samen te werken en te wenden wanneer dat wenselijk is.

Ook dat is agile leiderschap!

De eenzijdigheid van #agile werken

Het hele agile verhaal is erg eenzijdig gericht op klantwaarde, wat in deze tijd een veel te beperkte focus is. Daarnaast vind ik de klant er zelf ook maar bekaaid van afkomen, immers de enige reden waarom we business agility willen ontwikkelen heeft met omzet en winst te maken.

Is er veel te weinig aandacht voor zowel de leefomgeving als de samenleving? Dat is het onderwerp wat ik in deze en een volgende blog verder wil uitdiepen. In ‘Cannibal with forks’ het boek van John Elkington over de tripple bottom line spreekt hij over natuurlijk kapitaal, waarmee hij de bronnen die onze aarde rijk is bedoelt, zowel de levende als de dode. Naar mijn mening zijn de Agile leiders die we zoeken mensen die ook waarde toevoegen aan het natuurlijke kapitaal van onze planeet.

Elkington spreekt over twee soorten natuurlijk kapitaal. De eerste is het kritieke natuurlijke kapitaal dat noodzakelijk is om ons ecosysteem in stand te houden. Het is dat waardoor menselijk leven mogelijk is. De tweede vorm is wat vervangbaar, reparabel of vernieuwd kan worden. Het is hier waar Agile leiders ook een rol te spelen hebben.

Dat onze leefomgeving een hoge prioriteit krijgt, is, helemaal sinds het akkoord van Parijs, duidelijk. Onze overheid doet haar best om die doelstellingen te behalen. Volgens sommige nog lang niet genoeg, maar zij realiseren zich niet hoe moeilijk het is om een juiste balans te vinden tussen de economische en de omgeving bottom-line. De overheid staat voor een immense uitgave om ook onze verzorgingsstaat in stand te houden. Lang is dit mogelijk geweest door de aardgasbaten, maar nu die bron in Groningen is opgedroogd moet het ergens anders vandaan komen.

Er is maar één plaats waar dat echt vandaan kan komen en dat is het bedrijfsleven en dan bedoel ik daar waar nieuwe dingen bedacht, gemaakt en verkocht worden. Dat is ongelukkig genoeg veel minder dan het bruto nationaal product, waar regeringen zich veel te veel op richten, want daar zit een heleboel rondgepompt geld in. Die bedrijven die iets maken dat uiteindelijk, ergens ter wereld bij een consument die daarvoor betaalt terecht komt, die brengen belasting binnen waarvan de overheid haar uitgebreide dienstverlening aan de bevolking kan bekostigen. Als de bedrijven niet de ruimte krijgen dan kan de overheid de energietransitie alleen bekostigen door de lasten bij de burger neer te leggen.

Het klinkt misschien vreemd maar de enige echte hoop die burgers hebben, ligt daarom niet bij de overheid maar bij het bedrijfsleven. Agile leiders moeten daar impact maken door de wendbaarheid van hun organisaties te vergroten. Het wordt tijd dat zij ook daar hun stem laten horen, dat organisaties sneller moeten wenden en zich moeten realiseren dat ze naast winst ook waarde aan de leefomgeving moeten toevoegen. Dat doen zij door een stapje verder te gaan dan wat wettelijk verplicht is. Bij het ontwerp van nieuwe producten maken we deze meer dan duurzaam!

Ook dat is agile leiderschap!