The #waterfall – #agile controversy

Something has happened in my time-lines on twitter and linkedin. I’m not sure how to make sense of it, but I think it is a remarkable phenomenon. I follow a lot of thought leaders in both the agile and the project management world. The tone of the responses made by those in the project management community are becoming more and more hostile towards the agile way of working. Most of the comments are focussed on waterfall versus short iterations with potential shippable products and, of course the conclusion, that some things can’t be done in such a short time-frame.

I can understand that prophecies from the agile world about many project managers that will loose their jobs are not pleasant to hear, and are threatening when you have build your professional identity around one single profession. But still the tone of voice is disturbing because it closes the dialogue. One that could lead you to a much deeper understanding of both worlds. Now let me clarify something about the agile mindset, because it is much more that abandoning waterfall. It is about:

  • Learning
  • Self-steering
  • Purpose
  • People
  • etc… 

It is an evolutionary change in the way we look at organizations. It builds on the insights of the past century and scientific research in management theories (that mostly fail to have any predictive value). It is not about finding the best-practice or about expressing your opinion. It is about servant leadership, it is about less management, it is about purpose and happiness at work. Agile is a symptom, something that many of the agilists don’t even understand, of a deeper movement that is taking place withing the working force around the globe. Recently a survey was published that revealed that a vast majority of workers are disengaged from their work (on the way of becoming demotivated). This needs to stop and it will stop, agile is just a sign of coming change.

So why object, so why make a fool of it. It addresses many tensions that current management practice has not been able to solve, so why? My choice is to embrace it fully. I’ve done it and let me tell you it is recommendable.

Hoe redden we de copycats

Ayn Rand noemde hen tweedehands mensen in haar boek De eeuwige bron (the fountainhead). Mensen die zelf met niet veel orgineels komen, maar eigenlijk de ideeen van anderen copieren en dan doen alsof die van hen waren. Voor de orginele mens, die zijn eigen menig vormt, die zelf met creatieve en innovatieve ideeen komt is deze tweedehandsmens een doorn in het oog. Tenminste ik kan er niet goed tegen. Op het ene moment zeg je iets en een paar dagen later hoor je de ander het herhalen alsof het zijn idee is. Ik merk dat ik met dan geergerd voel, dat zegt natuurlijk iets over mij, maar het voorrecht van de blogger is dat hij er dan ook weer iets over mag zeggen.

Ik wil niet veroordelen, maar doe het onbewust toch, eigenlijk zou ik blij moeten zijn, immers iemand heeft mijn idee opgepakt en is dat nu actief aan het verspreiden. Maar zo voelt het niet. Niet voor niets neem ik de term “tweedehansmensen” van Ayn Rand over. Daar zit een oordeel in. Want liever ben ik origineel, denk ik mijn eigen gedachten, zeg ik mijn eigen woorden, doe ik mij niet beter voor dan dat ik mijzelf vind. Het probleem wat ik heb met de copycats is dat zij begrippen die ze niet begrijpen maar wel gebruiken uit zijn verband trekken. Ik explodeer bij het horen van hun mooie woorden. Zelf vind ik dat je ergens pas iets over te zeggen heb als je er minstens tienduizend bladzijden over heb gelezen. 

Ik probeer in deze blog te onderzoeken in hoeverre de copycats te redden zijn. 

De vraag rest dan, waarom zouden ze gered moeten worden? Dat is een confronterende vraag. Ik realiseer me dat ik van de copycats gered moet worden. Het is niet hun, maar het is mijn probleem. Nu komen we ergens, want als het mijn probleem is, ligt de oplossing in mijn handen. Ik red ze door mijn beeld over hen te veranderen.

Wanneer #agile van de rechter naar de linker hersenhelft gaat

Enige jaren geleden las ik een boek over de hersenen (link naar bol.com>>), een van de dingen die mij is bijgebleven, is dat je alle nieuwe dingen eerst leert in de rechter hersenhelft en dat wanneer je het geleerd hebt dat het zich dan verplaatst naar de linkerhelft. Een nieuwe taal leer je rechts en wanneer je hem beheerst verschuift het naar de linkerkant. Of dit ook politieke betekenis heeft, weet ik niet, dat is een interessante gedachte ;-). Hoewel ik in de negentiger jaren uitvoerig heb geëxperimenteerd met zelfsturing, ben ik wat betref Agile niet echt een early adaptor geweest. Maar zoals ik al geblogt heb in de reeks over de agile adaption curve heb ik mij pas laat volledig ondergedompeld in de nieuwe manier van organiseren, waarvan agile een onderdeel is. Eerst de mindset dan de methoden en de techniekjes. Eerst van rechts naar links, want daarna zijn alle methoden en technieken niet meer nodig. Waarom? Omdat agile niet gaat over technieken maar over het vermogen om mee te bewegen met de gebeurtenissen die op je pad komen. 

Een tijdje geleden zat ik in een meeting met andere agilereizigers en het verbaasde me dat ze zich meer concentreerden op de weg waarlangs ze agile konden invoeren in hun organisatie dan op de werkelijke mindset. Ik bedoel dan het moment dat de inhoud van de rechter naar de linkerhersenhelft gaat. Naar het moment dat agile een vaardigheid wordt inplaats van een techniek. Ik ga je in deze blog vertellen hoe dit proces bij mij is verlopen, wat ik ontdekte. In zekere zin is het een soort neurale biografie van het brein van John (sorry voor deze uitdrukking;-). Ik hoop dat je er wat aan hebt op je eigen agile reis.  Laat ik beginnen met een stelling:

HYBRIDE AGILE IS NIET AGILE. AGILE TECHNIEKEN ZIJN NIET AGILE. 

En om maar even door te gaan ook Lean technieken zijn niet lean en al helemaal niet agile. Agile is iets anders, het is een absoluut open houding naar de mensen om je heen en de gebeurtenissen op je pad. Het is een ontdekkingsreis die zich eerst in je brein afspeelt. Volg elke cursus die je wilt. Post op LinkedIn dat je de hoogste graad van SCRUM Master hebt behaald, maar dat maakt je niet agile, integendeel, dat is een signaal dat je op weg bent naar de top van de berg, maar deze nog lang niet hebt behaald. De top van de berg, om in de metafoor te blijven, is het moment vlak voordat de overdracht van rechter naar linker hersenhelft plaatsvindt. Dat wanneer het inzinkt, dat moment wanneer agile een ‘zijnstoestand’ wordt, een moment dat je niet echt met iemand kunt delen. Enkel en alleen omdat dat een persoonlijke, bijna spirituele, belevenis is. Je schuift van het ene in het andere paradigma. Echter dan ben je pas halverwege, op de toppen van de bergen leeft niemand. Leven doe je in de dalen.

Dan begint de afdaling naar het dagelijkse leven waar, op dit moment, de meeste mensen de paradigmaverschuiving nog niet hebben doorgemaakt. Er rust nu, zo voel ik dit, een morele verplichting op je. Het nieuwe paradigma van besturen gaat voorbij Agile, de stromen van Lean, Zelfsturing, Lerende organisatie, Duurzaamheid vlechten zich daar in een. De morele verplichting is een bijdrage leveren aan een nieuwe wereld. Een wereld waarin mensen zich weer verbonden voelen met hun professie, een wereld waarin we bruggen moeten slaan van het vorige naar het nieuw paradigma. Voor mij betekent dit, ik ben trainer, een brug slaan naar de projectmanagers (ik heb al mijn projectmanagement trainingen herschreven), een programma ontwikkelen om agile coaches sterker te maken dan dat zij nu al zijn. Want alleen wanneer de mindset van rechts naar links gaat is er sprake van een echte transitie.

Toen dit bij mij gebeurde, merkte ik dat de manier van werken veranderde. Snel falen, korte terugkoppellussen, open staan naar anderen, luisteren in plaats van roepen, in het hier en nu blijven en het onbekende omarmen. Risico was niet iets wat beheerst maar geleefd moest worden. Het was alsof ik inderdaad een stroom van rechts naar links ervaarde, ik kan het niet beter omschrijven. Na tientallen boeken, honderden uren gesprekken met agilisten, ineens was het daar, tegelijker tijd met het besef dat ik halverwege was, boven op de top en dat het vaak de afdaling is waar de meeste ongelukken gebeuren. Met die wetenschap daal ik af, ik ben niet halverwege, nee, nu sta ik aan het begin.